Niet alleen groot of klein vaarbewijs er zijn meer soorten

Sinds 1 juli 2009 is er een verschil tussen een Groot Vaarbewijs en een Beperkt Groot Vaarbewijs . Laatstgenoemd vaarbewijs geldt vrijwel altijd voor plezierschepen die groter zijn dan 25 meter en beroepsschepen met een lengte tussen de 20 en 40 meter. Het Groot Vaarbewijs geldt bijna altijd voor beroepsschepen die groter zijn dan 40 meter en voor passagiersschepen.

Groot vaarbewijs voor bedrijfsmatig vervoer

Groot vaarbewijsHet Grote Vaarbewijs is verplicht voor schepen met een lengte van tenminste 40 meter. Ook voor schepen met meer dan twaalf betalende passagiers is het Groot Vaarbewijs een vereiste. Evenals  voor schepen die gebruikt worden om een schip met een lengte van 20 meter of meer te slepen, te duwen of langszij vast mee te nemen.

Klein vaarbewijs

Met een klein vaarbewijs mag u plezierschepen varen tot 25 meter lengte. Dat is een schip zo groot als een zwembad in een middelgrote stad. Maar u mag met hetzelfde klein vaarbewijs ook beroepsmatig varen. En wel schepen met een lengte tot 20 meter. Denk aan een pont (afhankelijk van het vaargebied) een bagger- of  een peilschip.
U mag ook betalende passagiers meenemen maar dan gaat het om maximaal 12 personen. Dan praten we over maximaal 14 opvarenden. U (de schipper) en eventueel 1 niet betalende matroos en de 12 betalende passagiers. Meer over passagiersschepen.

Wilt u bedrijfsmatig gaan varen moet u naast uw vaarbewijs in het bezit zijn van een marifoon met het bijbehorende marifooncertificaat.

Er zijn 4 soorten vaarbewijzen

  • Klein vaarbewijs  (KVB) voor plezierschepen met een lengte tot 25 meter
  • Grootpleziervaartbewijs (GPb)met dit vaarbewijs mag u met plezierschepen varen tot 40 meter lengte
  • Beperkt groot vaarbewijs (BGVB) voor beroepsmatige vaart voor schepen tussen 20 en 40 meter lengte
  • Groot vaarbewijs (GVB) voor de grote beroepsvaart
Schepen tot 15 meter lengte die niet sneller kunnen varen dan 20 km/uur. Geen
Een rubberboot, motorboot, waterscooter of jetski die sneller kan varen dan 20 kilometer per uur en niet langer is dan 25 meter. KVB
Schepen met een lengte van 15 tot 25 meter die u niet bedrijfsmatig gebruikt. KVB
Een schip met een lengte van 15 tot 20 meter dat voor bedrijfsmatig gebruik is bedoeld of bedrijfsmatig wordt gebruikt. KVB
Een sleepboot of duwboot die u gebruikt om een schip met een lengte van maximaal 20 meter te slepen, langszij mee te voeren of te duwen. KVB
Een pleziervaartuig van 25 tot 40 meter lang. GPb
Een schip voor bedrijfsmatig vervoer met een lengte van 20 tot 40 meter. BGVB
Een sleepboot of een duwboot met een lengte van 25 tot 40 meter, die u alleen als pleziervaartuig gebruikt. BGVB
Een schip voor bedrijfsmatig vervoer met een lengte van minimaal 40 meter. GVB
Een pleziervaartuig met een lengte van minimaal 40 meter. GVB
Een passagiersschip voor bedrijfsmatig vervoer van meer dan 12 passagiers. GVB
Een sleepboot of duwboot met een lengte van minimaal 40 meter, die u alleen als pleziervaartuig gebruikt. GVB
Een schip dat een ander schip met een lengte van 20 meter of langer sleept, duwt of langszij (vast) meeneemt. GVB

Bron: Binnenvaartbesluit op wetten.overheid.nl  zie: artikel 13 t/m 17.

Theorie en praktijk

Klein Vaarbewijs Geen praktijktoest nodig. Alleen een theorie-examen
Grootpleziervaartbewijs Theorié een praktijktoets verplicht, geen vaartijd nodig.
Beperkt groot vaarbewijs 3 jaar vaartijd (3 keer 180 vaardagen) kunnen aantonen + diverse theorié en praktijk examens.
Groot vaarbewijs 4 jaar vaartijd (4 keer 180 vaardagen) kunnen aantonen + diverse theorié en praktijk examens.

Bij ons kan je de cursus klein vaarbewijs volgen op de manier die jou het beste past.