Springtij en doodtij | Volle maan en Nieuwe maan

 

Springtij en doodtijSpringtij en doodtij, de invloed van de maan is het grootst.  De maan levert de grootste getijdeverwerkende kracht.  Maar de zon doet ook aardig mee. Zodra de zon en de maan ten opzichte van de aarde in elkaars verlengde staan, worden hun krachten gebundeld en trekken zij meer water aan. Dit gebeurt tijdens volle maan en nieuwe maan. Dit noemen wij springtij.

Twee keer per maand is het springtij

Tijdens hoogwater staat het water extra hoog en is het hoogwater springtij. Tijdens laagwater staat het water extra laag: Laagwater springtij. Springtij komt twee keer per maand voor.
Zeven dagen na volle maan of nieuwe maan staan de zon en de maan haaks op elkaar. De krachten van de hemellichamen werken elkaar dan tegen. Dit noemen we doodtij: tijdens hoogwater stijgt het water niet zoveel, tijdens laagwater zakt het water niet zoveel.

Springtij en doodtij er zijn verschillende variaties

Door de elliptische vorm van de maanbaan en de afzonderlijke rotaties van aarde en maan ten opzichte van elkaar, verschillen  springtij en doodtij in sterkte. Er bestaat ook geen vast verband met de seizoenen en of het volle- of nieuwe maan is. Twee dagen na volle maan of twee dagen na nieuwe maan is het in Nederland springtij.

Getijdenverschil

Op het zuidelijke halfrond ontstaat het getij. De golf die daardoor wordt gevormd komt via de Atlantische Oceaan onze kant op. Zodra de getijdegolf de Noordzee bereikt, heeft deze een flinke reis achter de rug. De getijdegolf bereikt Nederland van twee verschillende richtingen. Via Schotland, heeft deze de grootste invloed op ons getij. En via het Nauw van Calais, de straat van Dover oftewel het kanaal. Door deze ongeveer 33 km smalle zeestraat wordt een grote hoeveelheid zeewater vanuit de Atlantische Oceaan geperst. Hierdoor ontstaat slechts een klein verschil aan de Nederlandse kust maar is er een getijdeverschil van zo’n twaalf meter aan de Zuid-Engelse en Normandische kust.
Door geografische invloeden, draaiing van de aarde et cetera bevindt zich ongeveer 70 km ten westen van Den Helder een amfidromisch punt; dat is gebied waar geen hoog- en laagwater is. Dat is de reden dat bij Den Helder en Texel het getij ongeveer een meter is. Gaat u meer naar het noorden of zuiden, lopen de verschillen weer op. In Vlissingen bijvoorbeeld is het verschil ongeveer vier meter.